TCP/IP bestaat in feite uit twee lagen.
Ieder pakket ontvangt de beide IP-adressen van de zend- en van de doelcomputers voordat het verzonden wordt. Iedere computer die onderweg het pakket ontvangt controleert dit adres om te bepalen aan welke volgende computer het pakket moet worden doorgezonden. Met als resultaat, dat ieder pakket door meerdere computers op aarde behandeld wordt alvorens het op uw computer arriveert. Pakketten van hetzelfde originele bestand kunnen afzonderlijke paden nemen over het netwerk, maar zullen door TCP correct worden samengevoegd.
Merk op dat indien u tijdelijk verbonden bent met uw Internet Service Provider (ISP) om toegang te krijgen tot het Internet, u dat gewoonlijk zult doen met een extra protocol, het Point-to-Point Protocol (PPP). Dit omhult de IP pakketten zodat zij over een inbel telefoon verbinding kunnen worden verzonden naar het ingangsmodem van de provider.
Internetdiensten
zoals het World Wide Web (WWW) en e-mail zijn ook uitgevoerd als extra protocol lagen
bovenop TCP/IP.
Deze lagen zijn niet ge‹ntergreerd in de onderdelen van het netwerk besturingssysteem,
maar worden eerder geleverd door de afzonderlijke Internet applicaties
zoals uw Web browser. Deze protocollen houden het Hypertext Transfer Protocol
(HTTP) dat gebruikt wordt door WWW, het File Transfer Protocol (FTP), Telnet
(Telnet), en het Simple Mail Transfer Protocol (SMTP) voor berichten in.