Hulpbronnen zijn alleen-lezen gegevens objecten die dynamisch kunnen worden benaderd tijdens uitvoering.
Hulpbron objecten worden in een uitvoerbaar bestand geplaatst door de 'Resource Compiler',
RC.EXE die met &os2; wordt meegeleverd.
Dit kan of het hoofdonderdeel van de applicatie zijn (.EXE bestand) of ‚‚n of meer
Dynamic Link Libraries (DLL's)
zijn.
Een hulpbron kan op ieder moment worden geladen door het gebruik van een "type" en "ID" aanduiding. Typisch is, in tegenstelling tot de feitelijke applicatie code, dat hulpbronnen alleen worden geladen als zij ook werkelijk nodig zijn. Dat maakt het starten van een applicatie sneller en vermindert ook het gebruik van geheugen.
Hulpbronnen worden veelvuldig door applicaties gebruikt om hun taal ondersteuning (NLS)
te scheiden van de feitelijke code. Op deze manier kunnen applicaties worden vertaald
zonder dat de broncode opnieuw gecompileerd behoeft te worden
De volgende typen hulpbronnen bestaan:
Van de volgende aanwezige hulpbronnen is, door gebrek aan oorspronkelijke informatie, niet precies bekend wat zij betekenen