Opdrachttekens zijn speciale tekens die de opdrachtverwerker behandelt als specifieke commando's en anders dan normale invoer tekens. Deze tekens kunnen achter de opdrachtaanwijzing ingetypt worden of meegegeven worden in een batch of opdrachtbestand.

Als u van plan bent een teken te gebruiken dat normaal als opdrachtteken wordt beschouwd moet u dit vervangen door het vooraf te laten gaan door het ^ teken. Sommige opdrachttekens zijn alleen geldig achter de &os2; opdrachtaanwijzing en niet geldig in een DOS sessie.

De volgende lijst laat de opdrachttekens zien in de volgorde waarin de opdrachtverwerker ze herkent: