.CLASSINFO wordt door de Workplace Shell gebruikt om zijn
object specifieke gegevens met bestandssysteem objecten op te slaan.
Dit zijn binaire gegevens die zaken bevatten als de naam van de class van het object
en de meeste van de instellingen als die zijn gewijzigd in de standaard instellingen
in het instellingen notitieblok van de objecten.
.COMMENTS, .KEYWORDS, en .SUBJECT
worden gebruikt om extra informatie over het bestandssysteem object op te
slaan en komen overeen met de respectievelijke velden op de "Bestand" pagina van het
instellingen notitieblok van de objecten.
.ICON wordt gebruikt als een bestandssysteem object wordt
toegewezen als een niet-standaard pictogram, dat dan ook in de Workplace Shell
zal worden getoond.
Als u het pictogram van een bestandssysteem object wijzigt op de "Pictogram" pagina
van zijn instellingen notitieblok, wordt dit pictogram opgeslagen in deze EA. (Voor mappen,
als toevoeging, .ICON1 bevat het "open map" icon van de map.)
.LONGNAME wordt door de Workplace Shell gebruikt om een naam van een
object in op te slaan, als het niet overeenkomt met de naams conventies van het
bestands systeem waar het object toe behoort.
Zie "Echte namen" voor details.
LI>.TYPE bevat het bestandstype van het object als het verandert is van
de standaard in zijn instellingen notitieblok.