&os2; heeft verschillende systeempaden die aangeven waar het systeem naar bestanden moet kijken als een pad niet met een bestand is meegegeven.

B.v., als een uitvoerbaar bestand in de lijst met directories staat aangeduid met het PAD systeempad, wordt het uitvoerbare bestand gevonden zonder excact te weten waar het in het systeem is opgeslagen. Daarom kunt u eenvoudig e intikken achter een &os2; opdrachtaanwijzing om de &os2; &eexe; op te starten: E.EXE bevindt zich in de directory op uw opstart schijf, die in de OS2 directory staat.

Uitgezonderd LIBPATH, dit zijn omgevingsvariabelen die eerst worden ingesteld bij het opstarten van het systeem door het &cfgsys; bestand en kunnen dus later voor iedere sessie worden veranderd

U kunt de huidige systeempad instellingen bewerken op de "Systeempaden" pagina in het "&os2; Kernel" object.

De volgende systeempaden zijn gedefinieerd: