WPDesktop implementeert de &os2; Werkplek. Omdat de Werkplek gewoon een speciale map is, ondersteund de Werkplek, in aanvulling op de teksten hieronder genoemd, ook de teksten van de WPObject en WPFolder classes.

Om de huidige open Werkplek te krijgen, dienen deze teksten uitgevoerd te worden op het object met het ID <WP_DESKTOP>.

AUTOLOCKUP={YES|NO}

Bepaalt of de automatisch blokkeren optie geactiveerd is (of het toetsenbord en de muis automatisch blokkeren na een bepaalde tijd van inactiviteit -- zie LOCKUPTIMEOUT). De standaard waarde is NO.

LOCKUPAUTODIM={YES|NO}

Bepaald of de automatisch wegvallen optie geactiveerd is (of het scherm automatisch wegvalt en er een vliegend slot pictogram getoond wordt twee minuten nadat het toetsenbord en de muis geblokkeerd zijn). De standaard waarde is YES.

LOCKUPBACKGROUND=naam,mode,factor,bgtype,bgcol

Stelt de blokkeer achtergrond in. Het formaat is hetzelfde als met de WPFolder BACKGROUND tekst.

LOCKUPFULLSCREEN={YES|NO}

Bepaald of het blokkeren het gehele scherm gebruikt. Bij YES, zal de opgegeven in LOCKUPBACKGROUND blokkeer achtergrond getoond worden als het systeem geblokkeerd wordt. Bij NO, zal er alleen een boodschapscherm getoond worden waarin u gevraagd wordt om het blokkeer wachtwoord op te geven. De standaard waarde is YES.

LOCKUPONSTARTUP={YES|NO}

Bepaald of het systeem automatisch blokkeert bij het opstarten (of nadat het weer gestart is). De standaard waarde is NO.

LOCKUPTIMEOUT=n

Geeft het aantal minuten dat het toetsenbord en muis inactief moeten zijn voordat het systeem automatisch geblokkeerd wordt. Deze instelling wordt genegeerd als AUTOLOCKUP niet aan staat.

SHOWHELPPANEL=[XWP|bestandsnaam,]panelid (&xwp; alleen)

Toont elke hulppagina ("scherm") vanuit elk .HLP bestand. Dit kan gebruikt worden door programma's of REXX scripts om hulp te laten zien, ofwel van een systeem hulpscherm ofwel van een specifiek hulpscherm dat meegekomen is met een programma.

Met &os2;, heeft elk hulpscherm in een .HLP bestand een uniek nummer toegekend gekregen, het panelid. Als gevolg hiervan kan elk hulpscherm ge‹dentificeerd worden door het hulpbestand en dat ID op te geven. Met SHOWHELPPANEL, kan het te tonen scherm op verschillende manieren gespecificeerd worden:

SHOWRUNDLG=opstartdir (&xwp; alleen)
Toont de &xwp; "Run" dialoog, zoals de "Run" opdracht van de &xcenter; &xbutton; widget.

Als opstartdir op DEFAULT gezet wordt, zal het invoerveld voor de opstart directory eerst leeg zijn (wat betekent dat de root directory van de boot schijf gebruikt moet worden). Elke andere waarde zal gebruikt worden als de eerste waarde van de opstart directory.

Notitie 1: Deze instellingen tekst veranderd geen instellingen, maar is meer een opdracht die direct uitgevoerd moet worden.

Notitie 2: Als u deze instellingen tekst via een programma wilt uitvoeren (ofwel via WinSetObjectData ofwel SysSetObjectData), dan zal die functie niet klaar zijn voordat de dialoog afgesloten is.

Voorbeeld: SHOWRUNDLG=F:\OS2 zal de "Run" dialoog laten zien met het opstart directory veld vooringevuld met F:\OS2.

XSHUTDOWNNOW=instellingen (&xwp; alleen)

Start &xshutdown; nu op met de opgegeven instellingen, die overeenkomen met de verschillende instellingen op de "&xshutdown;" pagina in de Werkplek instellingen notitieblok.

Notitie 1: Deze instellingen tekst veranderd geen instellingen, maar is meer een opdracht dat direct uitgevoerd moet worden. De onderstaande instellingen hebben alleen invloed op deze ene systeemafsluiting.

Notitie 2: Als u deze instellingen tekst via een programma wilt uitvoeren (ofwel via WinSetObjectData ofwel SysSetObjectData) en bevestigingen aanstaan, dan zal die functie niet klaar zijn voordat de bevestigingsdialoog afgesloten is.

Instellingen is een komma gescheiden lijst van &xshutdown; instellingen of DEFAULT. U kunt elke combinatie opgeven van wat hieronder opgesomd staat. Als ‚‚n van de onderstaande kernwoorden niet gespecificeerd is, zal &xshutdown;, in het algemeen, gebruiken wat er opgegeven is op de "&xshutdown;" pagina in het Werkplek instellingen notitieblok.

Om het vooraf ingestelde gedrag aan te passen, nadat &xshutdown; klaar is, dient u ‚‚n van de volgende te gebruiken:


Om het vooraf ingestelde gedrag van VIO vensters te overschrijven, gebruikt u ofwel AUTOCLOSEVIO ofwel NOAUTOCLOSEVIO.

Om het vooraf ingestelde gedrag van XSHUTDWN.LOG te overschrijven, gebruikt u ofwel LOG ofwel NOLOG.

Om de vooraf ingestelde animatie instellingen te overschrijven, gebruikt u ofwel ANIMATE ofwel NOANIMATE.

Om de vooraf ingestelde bevestigingsinstellingen te overschrijven, gebruikt u ofwel CONFIRM ofwel NOCONFIRM. Let er op dat als bevestigingen aan staan (ofwel omdat CONFIRM opgegeven was ofwel omdat het standaard ingesteld stond en niet overschreven is), het merendeel van de opgegeven instellingen van XSHUTDOWNNOW alleen de verschillende standaard opties zal laten zien in de bevestigingsdialoog.

Als u geen instellingen wilt overschrijven dient u DEFAULT op te geven.

Voorbeelden: